zondag 31 mei 2026

Maai mei (niet)

Toen we – heel lang geleden – onze intrek namen in ons droomhuis was die helemaal omgeven door gazon. Ondanks dat ons perceel niet in de buurt komt van een kasteeldomein heb ik toch jarenlang gezwoegd om het gras kort te houden. Dat was om drie redenen geen sinecure: 1/ het gazon was op- en aflopend 2/ tussen het gazon stonden nog ‘authentieke’ dennenbomen die bovendien hun denappels kwistig rondstrooiden en 3/ ik duwde mijn machine met de handen voort. Ondertussen – we zijn vele jaren later – is mijn gazonsituatie ‘grondig’ veranderd. De dennenbomen zijn uit veiligheidsoverwegingen gekapt en het niveauverschil van de grond weggewerkt. Bovendien heb ik mijn handgrasmaaier – een ‘stotertje’ in mijn Kempisch dialect -  ingewisseld tegen een elektrische machine. Ik bespaar u de anekdotes over de hilarische momenten waarop ik over de verlengkabel gestruikeld ben en – erger nog – over het snoer gereden heb zodat het werk plots en na een zeer onchristelijke vloek moest stopgezet worden. Gelukkig is mijn echtgenote van vele markten thuis en repareerde zij de kabel telkens opnieuw. Zo kan ik weer aan de slag voor wat intussen nog maar 2 kleine, overgebleven perceeltjes zijn. Natuurlijk wou ik eerst nog wat uitstellen wegens mijn sympathie voor de ‘Maai mei niet’ campagne.  Het doel is even eenvoudig als lovenswaardig: laat je gazon een maand ongemaaid om meer insecten aan te trekken die dan weer vogels lokken en cruciaal zijn voor de biodiversiteit. Waarom zou uitgerekend ik niet meedoen? En dan nog eens het risico lopen dat een buurman en/of voorbijganger mij als groene zou aanspreken op mijn inconsequent gedrag? En mijn eigen groene geweten dan? Wel, we hebben veel gazon opgeofferd en massaal bijkomende plantjes in de grond gestopt en we zien de eerste kevertjes, hommels, bijen en vlinders al hun opwachting maken. Maai mei niet. Doen dus. Of niet doen natuurlijk. Natuurlijk.  

 

maandag 25 mei 2026

Hackney



Hackney? Wie zegt het wat? Mij alvast wel, al is het een eeuwigheid geleden. Hackney, overigens een district in Oost-Londen, herinner ik mij van een uitstap tijdens mijn rebelse jeugd. Met enkele middelbare schoolkameraden staken we de plas over naar het hippe Londen. We zijn eind jaren 70, adolescent maar nog niet volwassen, en voelen ons zelfstandig genoeg om per boot de Engelse hoofdstad te ontdekken, op zoek naar goede muziek en vertier passend bij de alternatieve tijdsgeest. Het zijn de hoogdagen van de punk en de ontluikende new wave. We kopen LP’s in befaamde platenzaken en – als hoogtepunt – pikten we een concert mee van de niet zo geheel bekende punk- en undergroundband The Members mee. Met hun hit ‘The Sound of the Suburbs’ zetten ze The Marquee Club in vuur en vlam. The Marquee Club (kortweg The Marquee) was een iconische en invloedrijke muziekclub in het hart van de Londense West End. De grootste namen traden er in hun begincarrière op als springplank naar wereldberoemdheid. Namen? The Cure, Joy Division, The Clash, The Jam. Nog meer? The Sex Pistols, The Police, The Boomtown Rats. The Rolling Stones speelden hier hun eerste live optreden ooit! Daar heb ik dus gestaan. Kippenvel. Na het concert van The Members doken we de pub in om nog snel wat ‘pints’ te drinken want om 23u klonk een bel die sluitingstijd aangaf. En zo wandelden we licht beneveld naar een camping die ons naar het district Hackney bracht. Mede door de drank, maar ook door de tand des tijds, zijn verder alle herinneringen aan Hackney inmiddels verdampt. Maar het was Zoë Garbett, die zopas tot groene queerburgemeester van Hackney werd verkozen, die zalige gedachten van weleer terug deed opborrelen. Dat een groene politica de komende jaren deze – ook voor mij een beetje speciale – plaats mag leiden maakt mij instant gelukkig. Ik zal haar op de voet volgen. Of misschien moet ik mijn wilde jaren nog eens overdoen met een trip down memory lane? 

vrijdag 15 mei 2026

Van wol tot weefsel

 






Maandagavond woonden mijn vrouw en ik in de foyer van het CC ’t Schaliken te Herentals een lezing bij over de middeleeuwse laken- en textielnijverheid in de Kempen. Het was een dubbelorganisatie van het plaatselijke Davidsfonds en Herentaldum, de stedelijke Kring voor Geschiedenis en Heemkunde. Onder de titel ‘Van wol tot weefsel’ vertelde Sophie Dillen over het Herentalse laken dat een reputatie kende tot ver buiten haar grenzen en de naam gaf aan de Lakenhal op de Grote Markt. Er werd vakkundig uit de doeken gedaan hoe de vaak majestueuze kleding in die tijd tot stand kwam en gedragen werd. Hoewel de uiteenzetting zeker niet langdradig was, werd ze visueel en auditief kracht bijgezet door een tentoonstelling, traditionele liederen én een heuse modeshow. En om in de sfeer te blijven repten we ons nadien in goed gezelschap naar de bar voor een traditionele honingdrank op basis van mede. We keuvelden nog wat na en kwamen weer eens tot de vaststelling dat een boeiende en leerrijke avond ook gezellig en ontspannend kan zijn.

Nawoord: als toetje had ik in de lezing nog graag een woordje gehoord over de textielnijverheid in Herentals in de 19de eeuw. Mijn interesse hierover heeft wel een heel speciale reden en kan de rest van mijn leven van belang zijn…