Toen we – heel lang geleden – onze intrek namen in ons
droomhuis was die helemaal omgeven door gazon. Ondanks dat ons perceel niet in
de buurt komt van een kasteeldomein heb ik toch jarenlang gezwoegd om het gras
kort te houden. Dat was om drie redenen geen sinecure: 1/ het gazon was op- en
aflopend 2/ tussen het gazon stonden nog ‘authentieke’ dennenbomen die
bovendien hun denappels kwistig rondstrooiden en 3/ ik duwde mijn machine met
de handen voort. Ondertussen – we zijn vele jaren later – is mijn gazonsituatie
‘grondig’ veranderd. De dennenbomen zijn uit veiligheidsoverwegingen gekapt en
het niveauverschil van de grond weggewerkt. Bovendien heb ik mijn
handgrasmaaier – een ‘stotertje’ in mijn Kempisch dialect - ingewisseld tegen een elektrische machine. Ik
bespaar u de anekdotes over de hilarische momenten waarop ik over de verlengkabel
gestruikeld ben en – erger nog – over het snoer gereden heb zodat het werk
plots en na een zeer onchristelijke vloek moest stopgezet worden. Gelukkig is
mijn echtgenote van vele markten thuis en repareerde zij de kabel telkens
opnieuw. Zo kan ik weer aan de slag voor wat intussen nog maar 2 kleine,
overgebleven perceeltjes zijn. Natuurlijk wou ik eerst nog wat uitstellen
wegens mijn sympathie voor de ‘Maai mei niet’ campagne. Het doel is even eenvoudig als lovenswaardig:
laat je gazon een maand ongemaaid om meer insecten aan te trekken die dan weer
vogels lokken en cruciaal zijn voor de biodiversiteit. Waarom zou uitgerekend
ik niet meedoen? En dan nog eens het risico lopen dat een buurman en/of
voorbijganger mij als groene zou aanspreken op mijn inconsequent gedrag? En
mijn eigen groene geweten dan? Wel, we hebben veel gazon opgeofferd en massaal
bijkomende plantjes in de grond gestopt en we zien de eerste kevertjes,
hommels, bijen en vlinders al hun opwachting maken. Maai mei niet. Doen dus. Of
niet doen natuurlijk. Natuurlijk.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten